Wat is een vaatonderzoek?
Bij een Doppleronderzoek wordt met behulp van geluidsgolven door een vaatlaborant(e) geluisterd naar de bloedstroom. Vervolgens wordt de bloeddruk gemeten in beide benen en armen. Een Duplex onderzoek is een combinatie van geluidsgolven (Doppler) en echografie. Daarmee kan de bloedstroom niet alleen hoorbaar, maar ook zichtbaar gemaakt worden. Een ander vaatonderzoek is de looptest. Tijdens deze test geeft u aan wanneer en waar u pijn krijgt bij het lopen op een lopende band. Al deze onderzoeken vinden meestal plaats tijdens de consultatie bij de arts, zodat de uitslag direct met u besproken kan worden.
Het Doppleronderzoek
Het beluisteren van de bloedvaten is niet pijnlijk. Dit gebeurt met een instrument, zo groot als een balpen en geleidende gel op uw huid. De geluidsgolven die het instrument uitzendt worden door het bloed dat door de slagaders stroomt, teruggekaatst. Vervolgens vangt het instrument de golven weer op en dit signaal wordt door het Dopplerapparaat hoor- en zichtbaar gemaakt. Het geluid dat u hoort is een versterking van dit signaal. Dit lawaai is normaal. Is er een vernauwing in de slagader aanwezig dan verandert het weerkaatste geluid. Op een monitor zijn deze golven te zien. Van ieder onderzocht bloedvat wordt een registratie gemaakt op een strook papier.
Het meten van de bloeddruk
Het tweede deel van het onderzoek bestaat uit het meten van de bloeddruk. Hiervoor krijgt u bloeddrukbanden om elk been en één om de arm. Iedere band wordt afzonderlijk opgepompt en langzaam ontlucht. De drukmeting in de benen kán even pijnlijk zijn. U heeft het minste last als u ontspannen gaat liggen. De arts) noteert telkens de resultaten van de bloeddrukmeting. De verschillen in de gemeten bloeddrukken geven een indruk over de hiertussen liggende bloedvaten, waarmee vernauwingen en afsluitingen in de bloedvaten kunnen worden vastgesteld.
Het Duplexonderzoek
Een Duplexonderzoek is een combinatie van geluidsgolven (Doppler) en echografie. De gang van zaken bij het Duplexonderzoek komt overeen met die van het Doppleronderzoek. Door dit te combineren met een echografie kan zeer nauwkeurig de plaats en ernst van vernauwingen in bloedvaten worden beoordeeld. Dit onderzoek wordt ook veel toegepast bij vernauwde halsslagaders of bij spataders.
De looptest
Om te bepalen hoe snel klachten bij het lopen optreden wordt soms een looptest gedaan. U loopt dan maximaal 300 meter op een lopende band. Dit gebeurt in een wandeltempo (2,5 à 3 km/uur). Het is belangrijk dat u tijdens het lopen direct aangeeft waar en wanneer u pijn voelt en of die pijn verandert. Hierna meet men nogmaals de bloeddruk aan beide enkels en armen en noteert de waarden.
Andere onderzoeken
Soms gebeurt het dat met bovenstaande onderzoeken onvoldoende gegevens gekend zijn om de juiste behandeling voor een vaatprobleem te kunnen plannen. Bijkomende onderzoeken op de dienst radiologie kunnen nodig zijn:
Arteriografie
De arteriografie of angiografie is een onderzoek waarbij de slagader in de lies rechtstreeks wordt aangeprikt en een cathetertje wordt geplaatst. Er wordt een contraststof in de slagaders ingespoten, waarna er RX-foto's worden gemaakt. Nadien wordt het cathetertje verwijderd en wordt ter plaatse afgeduwd tot er geen spontane bloeding in de lies is. Dan wordt een drukverband aangelegd.
Omdat een slagader wordt aangeprikt, moet de patiënt opgenomen blijven voor een korte observatie, totdat het drukverband mag verwijderd worden. Vaak kan een eventuele operatie aansluitend in dezelfde ziekenhuisopname gepland worden.
Een arteriografie geeft tot op vandaag nog steeds de beste beeldvorming van de bloedvaten, maar er zijn enkele nadelen aan verbonden:
- Door het aanprikken van de slagader kunnen soms verwikkelingen ontstaan zoals een nabloeding of een ontsteking. Heel af en toe is hiervoor een operatie noodzakelijk.
- De contraststof die in de bloedvaten wordt gespoten, kan soms nierbeschadiging veroorzaken. Dit gebeurt vooral bij patiënten waarbij de nieren vooraf al wat minder goed functioneren. Vooraleer een arteriografie uit te voeren, wordt de nierfunctie dan ook steeds gecontroleerd. Soms kan het nodig zijn om ter voorbereiding bepaalde medicatie toe te dienen, om een ander soort contrast (CO2) te geven of om een ander type onderzoek (NMR-angio) te plannen.
De contraststof kan ook een allergische reactie veroorzaken bij patiënten die hiervoor gevoelig zijn. Ook hiervoor kan vooraf medicatie gegeven worden.
NMR-angio
Dit is een speciaal scanneronderzoek dat de bloedvaten van de benen of van de hals kan aantonen. Het onderzoek gebeurt ambulant en duurt ongeveer 30 minuten. Er is geen contraststof voor nodig, zodat er geen kans is op nierbeschadiging. Er is ook geen RX-straling voor nodig. Voor veel patienten is het dan ook een goed alternatief voor de arteriografie.
Jammer genoeg is een NMR-angio niet altijd mogelijk en kan soms alleen een arteriografie gebeuren. Patienten met een pacemaker of een geimplanteerde pomp (Baclofenpomp, insulinepomp, etc) mogen de NMR-scan niet in, net zoals patiënten met bepaalde metalen prothesen. Ook voor patiënten met claustrofobie kan het een zeer onaangenaam onderzoek zijn.
Voor zeer fijne bloedvaten geeft een NMR-angio soms onvoldoende informatie en is nadien toch nog een arteriografie nodig.
CT-scan
Vooral bij aneurysma's (slagaderverwijdingen) is het vaak nodig om een klassieke CT-scan te verrichten. In een aneurysma zit bijna altijd een thrombus (bloedklonter) aan de wand. Deze thrombus is niet zichtbaar bij een arteriografie of een NMR-angio, zodat deze onderzoeken een foutief beeld van de toestand kunnen geven.
Soms is een CT-scan ook nodig om de verkalkingen in de vaatwand precies te kunnen lokaliseren. Dit is vooral belangrijk in de voorbereiding voor het volledig laparoscopisch plaatsen van een aortobifemorale prothese.
Tegenwoordig is het ook mogelijk om met CT een angiografie van de bloedvaten te reconstrueren (zie plaatje).
Meestal is voor een CT-onderzoek ook contraststof nodig. Hiervoor gelden dezelfde beperkingen als onder 'Arteriografie' voor wat betreft de nierfunctie van de patiënt.