De thoracoscopische sympathectomie is een ingreep waarbij de thoracale sympathicuszenuw in de borstkas wordt weggehaald door middel van een kijkoperatie. Deze zenuw stuurt onder andere de zweetklieren van oksel en arm aan en ook de spiervezels in de kleine bloedvaatjes. Soms is het nodig om deze ingreep aan twee zijden tegelijkertijd uit te voeren.
Wanneer wordt een thoracoscopische sympathectomie uitgevoerd?
Een thoracoscopische sympathectomie kan aangewezen zijn in de volgende situaties:
- Oksel- en/of handpalmzweten met een weerslag op het dagelijkse leven van de patiënt. Een sympathectomie is aangewezen als minder ingrijpende behandelingen onvoldoende effect hebben.
- Wonden van de handen en vingers waarvoor geen vaatoperatie mogelijk is.
- Er zijn nog enkele andere zeldzame indicaties …
Wat houdt de ingreep in?
Een thoracoscopische sympathectomie gebeurt altijd onder volledige verdoving. Via drie kleine insneden tussen de ribben wordt een kijkoperatie in de borstkas uitgevoerd. De long wordt opzij gelegd en de thoracale sympathicuszenuw wordt opgezocht. Afhankelijk van de precieze klachten van de patiënt wordt de zenuw over een welbepaalde lengte doorgenomen en verwijderd. Nadien wordt de long teruggeplaatst en opgeblazen. Soms wordt tijdelijk een slangetje achtergelaten om de overtollige lucht tussen de long en de borstkas af te zuigen. Dit slangetje kan meestal binnen 24u verwijderd worden. Soms duurt dit langer, vooral wanneer de long vooraf verkleefd lag aan de borstkas.
Ontslag uit het ziekenhuis kan van zodra de pijn onder controle is en het luchtslangetje werd verwijderd. In de praktijk is dit meestal de eerste of tweede dag na de operatie.
Na de ingreep
De wondjes kunnen een aantal dagen pijn doen, maar dit is meestal te verhelpen met een eenvoudige pijnstiller.
Het effect van de ingreep op de zweetproductie is meestal onmiddellijk. Het gebeurt echter vaak dat op de derde of vierde dag na de ingreep de zweetproductie tijdelijk terugkomt. Dit is normaal en verdwijnt na enkele uren tot dagen. Het effect op wondgenezing van de vingers treedt pas later op.
Nevenwerkingen & complicaties
Geen enkele chirurgische ingreep is zonder risico’s. Na elke ingreep bestaat de kans op complicaties zoals een nabloeding of een infectie, uiterst zelden met lethale afloop.
Er zijn enkele specifieke problemen die kunnen optreden na een thoracoscopische sympathectomie:
Omdat de thoracale sympathicuszenuw op verschillende orgaansystemen inwerkt, kunnen er een aantal veranderingen optreden in het lichaam na de ingreep:
- De zweetproductie in de oksels en de handpalmen wordt stilgelegd. Bij sommige mensen leidt dit tot droge handen . Af en toe is dit hinderlijk. Het kan nodig zijn om hiervoor vochtinbrengende crèmes te gebruiken. Omdat de kleine bloedvaatjes in de handen maximaal ontspannen, geeft dit een warm, droog gevoel dat soms als onaangenaam wordt ervaren.
- De zweetproductie van het lichaam verplaatst zich. Vaak merkt de patiënt achteraf op dat hij/zij iets meer zweet op ander plaatsen, meestal op de onderrug of op de dijen ( compensatoire hyperhidrosis ). Dit zijn plaatsen met minder weerslag op het dagelijks functioneren dan zweten in oksels of handpalmen.
- Zelden treedt gustatoire hyperhidrosis op: dit is zweten in het gezicht bij het eten van pikante gerechten.
Deze nevenwerkingen treden niet bij elke patiënt op, en het is op voorhand vaak moeilijk te voorspellen bij wie er een groot risico op bestaat.
De meest hinderlijke specifieke complicatie die zeer zelden na thoracoscopische sympathectomie voorkomt, is het Horner-syndroom : afhangend oog met kleine pupil. Als dit optreedt, milderen de symptomen meestal na verloop van tijd.
De beslissing tot thoracale sympathectomie mag dus niet lichtzinnig genomen worden. De ingreep is onomkeerbaar en is alleen aangewezen als de klachten vooraf zodanig ernstig zijn dat ze een belangrijk probleem vormen in het dagelijkse leven.