Een overzicht van oorzaken, ontstaan, klachten en onderzoek van een abdominaal aorta aneurysma vind je hier.
Wanneer behandelen ?
Als er een aneurysma van de aorta abdominalis is vastgesteld dan kan een operatie worden overwogen. Zoals bij elke andere zware operatie is er steeds een kans op complicaties en soms zelfs overlijden. De operatie kan met een groot bloedverlies gepaard gaan en de belasting voor hart en nieren is tijdens de operatie aanzienlijk. Daarom moet afgewogen worden of de kans op een ruptuur opweegt tegen het operatierisico.
Is het aneurysma nog klein (onder de 5 cm), dan wegen de voordelen van een operatie niet op tegen de nadelen. Wel zullen de risicofactoren aandacht moeten krijgen (roken stoppen, dieet en behandeling van hoge bloeddruk, diabetes mellitus en een te hoog cholesterol). De groei van het aneurysma wordt echografisch vervolgd.
Er wordt alleen geopereerd wanneer de kans op een scheur in de wand groot is. In de regel is dit met een doorsnede van het aneurysma boven de 5 cm het geval. Toch is niet alleen de absolute omvang van belang, maar ook de snelheid waarmee het aneurysma groeit. Wanneer het aneurysma sneller groeit dan gebruikelijk kan dat een reden zijn om al bij een kleinere omvang een operatie te overwegen.
Een rupturerend aorta aneurysma is een levensbedreigende aandoening. Wanneer de scheur in het aneurysma niet snel gedicht wordt, zal de patiënt vrijwel altijd overlijden binnen enkele uren. Hoewel een operatie bij een rupturerend aneurysma veel meer risico's op complicaties en overlijden inhoudt dan andere aneurysmachirurgie, zal daarom toch bijna altijd gekozen worden om een spoedoperatie te verrichten.
Types operatie
Klassieke operatie
Bij een operatie wegens een aneurysma van de aorta abdominalis wordt het slechte gedeelte van het bloedvat vervangen door een kunststof bloedvat (vaatprothese). Is het aneurysma beperkt tot de buikslagader, dan wordt een “buisprothese” ingehecht, loopt het aneurysma door tot in de slagaders naar het bekken of de benen dan zal een “broekprothese” (een buis met 2 poten) gebruikt worden. Voor deze operatie wordt de gehele buik opengemaakt (van maagkuiltje tot schaambeen). In een enkel geval zal gekozen worden voor een benadering vanuit de zijkant / de flank. Bij een noodzakelijke spoedoperatie wegens een scheur (ruptuur) van een AAA is de operatie procedure hetzelfde. Vanwege het bloedverlies echter is de kans op complicaties of sterfte als gevolg van de operatie vanzelfsprekend groter.
Mogelijke complicaties van de buikoperatie
Geen enkele operatie is zonder risico's. Zo is ook bij deze operatie de normale kans op complicaties aanwezig, zoals wondinfectie, longontsteking, trombose of longembolie. Bij operaties aan de buikslagader kunnen zich ook specifieke complicaties voordoen, namelijk een nabloeding of een bloedstolsel dat de vaatprothese of een beenslagader afsluit. Bij het optreden van een dergelijke complicatie moet vaak opnieuw geopereerd worden. De operatie is een grote belasting voor het hart, zodat de kans op een hartinfarct groter is dan bij veel andere operaties. Ook kan door de operatie de functie van de nieren verstoord raken. Dan is soms dialyse (kunstnierspoeling) na de operatie noodzakelijk. In veel gevallen herstelt de nierfunctie zich na enkele dagen. Bij mannen kan het voorkomen dat na de operatie aan de aorta de erectie gestoord is, of dat, ondanks een normale erectie, de zaadlozing wegblijft. Dit kan tijdelijk zijn, maar is meestal blijvend van aard. Uiteraard wordt er naar gestreefd de risico's zo klein mogelijk te houden. Daarom worden voor de operatie altijd het bloed, de longen, het hart, de nieren en de halsvaten nagekeken en worden de nodige voorzorgsmaatregelen genomen.
Na de operatie
De operatie voor een aneurysma van de aorta abdominalis is een zware operatie. Wanneer U voor een AAA moet worden geopereerd moet u dan ook rekening houden met een ziekenhuisopname van 10 tot 14 dagen. Na de operatie wordt u intensief gecontroleerd op de intensive care unit of de uitslaapkamer (recovery).
Direct na de operatie bent u door een aantal slangen verbonden met apparaten. Dat kunnen zijn:
- een of twee infusen voor vochttoediening.
- een slangetje in een slagader voor bloeddrukbewaking .
- een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding.
- een sonde door uw neus, die via de slokdarm in de maag ligt en ervoor zorgt dat overtollig maagsap wordt afgezogen.
- een drain in uw buik voor afvoer van eventueel bloed en inwendig wondvocht.
- een blaascatheter voor afloop van urine.
Afhankelijk van uw herstel na de operatie worden al deze hulpmiddelen verwijderd. Geleidelijk aan in de loop van de dagen na de operatie gaat het drinken beter en gaat u via vloeibare voeding weer op vaste voeding over. Daar is geen vast schema voor. U krijgt de eerste dagen drinken en eten naarmate uw maagdarmstelsel dat kan verdragen.
Het ontslag
Als alles goed gaat kunt u in het algemeen tien tot veertien dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten, na een laparoscopisch herstel soms al na vier tot vijf dagen. Bij ontslag krijgt u een afspraak mee voor de consultatie. Als u weer thuis bent zult u merken dat u nog snel moe bent. Dit kan soms lang duren. Wanneer u weer helemaal van de operatie hersteld zal zijn, is moeilijk te voorspellen. Vaak zult U de eerste maanden medicijnen moeten gebruiken om het bloed dunner te houden.
Daarnaast moet u er voor zorgen dat de slagaderverkalking (atherosclerose) zo min mogelijk toeneemt. Dit doet u door zo gezond mogelijk te leven: niet roken, zorg voor voldoende lichaamsbeweging en voorkom overgewicht. Als u suikerziekte, hoge bloeddruk of een te hoog cholesterolgehalte heeft, dan is behandeling hiervan noodzakelijk.
Endoprothese (EVAR)
Naast de gebruikelijke buikoperatie bestaat er sinds enkele jaren een nieuwe behandelingsmethode. Hierbij wordt via een kleine operatie in de lies een kunststof vaatprothese (endoprothese) in opgevouwen toestand via de liesslagader opgeschoven tot in de buikslagader. Daar wordt de endoprothese uitgevouwen. Deze endoprothese verstevigt dan de uitgerekte bloedvatwand zodat deze niet meer kan scheuren. Deze methode kan uitsluitend worden toegepast indien het aneurysma aan een aantal voorwaarden voldoet. Zo mag het aneurysma bijvoorbeeld niet te bochtig zijn en moet er genoeg plaats zijn om de endoprothese te kunnen verankeren. Ook mogen de liesslagaders niet te nauw of gekronkeld zijn. Daarom komt niet iedereen in aanmerking voor deze behandeling. Het voordeel van deze nieuwe behandeling is dat het een minder zware operatie is dan de operatie via de buik. Daardoor is de opnameduur korter, het verblijf op de intensieve zorgen niet altijd noodzakelijk en het herstel verloopt sneller. Ook lijkt de kans op complicaties of overlijden kleiner bij deze nieuwe procedure.
Maar er zijn ook nadelen: het is mogelijk dat tijdens de procedure de endoprothese niet goed komt te liggen, zodat er alsnog moet worden besloten tot de gebruikelijke operatie. Daarnaast kunnen de bij de buikoperatie mogelijke complicaties, zoals hartinfarct, afsluiting van de beenvaten en verlies van nierfunctie, ook bij deze operatieprocedure optreden. Voorts kan er sprake zijn van lekkage langs de aansluiting van de endoprothese zodat er toch bloed in het aneurysma stroomt. Deze lekkage verdwijnt soms vanzelf, maar een enkele keer is aanvullende behandeling nodig. Na de operatie moet de patiënt dan ook blijvend gevolgd worden met regelmatige consultaties en CT-scans.
Praktische gang van zaken in het ziekenhuis
Een endoprothese moet vaak op maat besteld worden. Als uit de onderzoeken blijkt dat een aneurysma kan hersteld worden door middel van een endoprothese, dan duurt het meestal een tijdje voor deze besteld en geleverd is.
De patiënt wordt daags voor de ingreep opgenomen. In principe gebeurt nog een laatste bloedname en wordt een infuus geplaatst. Ook de anesthesist komt nog langs.
Op de dag van de operatie blijft de patiënt nuchter voor operatie. De ingreep gebeurt meestal onder volledige verdoving en neemt anderhalf tot twee uur in beslag. Na de operatie wordt de patiënt terug wakker gemaakt en blijft hij tot de volgende dag op de ontwaakafdeling of de intensieve zorgenafdeling.
Als alles perfect in orde is, gaat de patiënt daags na de ingreep terug naar de gewone kamer. Meestal kan hij dan terug normaal eten en drinken. Er gebeuren nog enkele controle onderzoeken. Twee of drie dagen na de ingreep kan de patiënt naar huis.
Nazorg
De hechtingen in de lies kunnen meestal door de huisarts verwijderd worden na tien tot twaalf dagen. We vragen om de eerste twee weken niet te fietsen. Verder mag de patiënt geleidelijk aan alle dagelijkse bezigheden hervatten.
Na plaatsen van een endoprothese zijn regelmatige controles nodig. Na een maand zien we de patiënt voor de eerste keer terug op de consultatie, nadien op drie, zes en twaalf maanden na de ingreep. Nadien is er een jaarlijkse controle. De controles bestaan uit een lichamelijk onderzoek en een controle CT-scan.
Laparoscopisch herstel
Bij sommige patiënten zal het binnenkort mogelijk zijn om de operatie geheel of gedeeltelijk via een kijkoperatie ("laparoscopie") uit te voeren. Het belangrijkste voordeel van deze techniek is de kleinere insnede. Bij een volledig laparoscopisch herstel worden een zevental insneden van 1 tot 2 cm gemaakt, bij een gedeeltelijk laparoscopische ingreep is de grootste incisie een handbreedte groot. Hierdoor verloopt het postoperatieve herstel vlotter en is het ziekenhuisverblijf meestal aanzienlijk korter. De operatie duurt daarentegen duidelijk langer, en momenteel komen slechts enkele types van aneurysma in aanmerking voor een laparoscopisch herstel.
Meer informatie over deze ingreep vind je bij laparoscopische behandeling van het syndroom van Leriche.